Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de inzet van ict in de gezondheidszorg niet veel hoeft te kosten om reeds voor veel rendement te zorgen. Ook geavanceerde breedbandige ict-middelen kunnen helpen de wachtlijsten in te korten en het personeelsgebrek op te vangen. Kernwoorden zijn e-health en telemedicine.
Binnen de zorg zijn twee processen essentieel: de standaardisatie van de informatie-ict infrastructuur en de ontwikkeling van innovatieve diensten.
De regering moet in samenwerking met de markt een architectuur uitwerken voor de informatie infrastructuur. Binnen een jaar kan zij deze architectuur klaar hebben voor implementatie. Daarmee is de nationale innovatie architectuur een feit en is de basis gelegd voor efficiencybezuinigingen binnen de gezondheidszorg. Niet door te snijden in kwantiteit en/of kwaliteit maar simpelweg door het met ict integraal en op innovatieve manier inzetten van informatie.
Ook op het gebied van zorgdiensten kan het beleid een ict-injectie gebruiken. Door slimme ict-toepassingen neemt de kwaliteit van de zorg toe en kan met dezelfde mensen meer zorg worden geleverd. Doordat patiënten steeds vaker thuis over breedbandige verbindingen beschikken, kunnen ict-toepassingen als telemonitoring en telediagnose met behulp van bijvoorbeeld videoconferencing worden ingezet.
Punt 1. Centraal patientendossier
(Komt voort uit: centraal patientendossier - John Machielse - 15/07/03)
Momenteel wordt veelal vanuit de individuele gezondheidsinstellingen en -organisaties onafhankelijk onderzoek gedaan bij dezelfde persoon en zijn medische gegevens beperkt beschikbaar. Hierdoor moeten mensen herhaaldelijk hetzelfde onderzoek ondergaan en uiteraard krijgen ze hier te maken met het wachtlijsten-probleem.
Vanuit de overheid zou een centrale dossieradministratie beheerd moeten worden, waarbij de persoon/patient bepaalt wie welke gegevens te zien krijgt. Tevens krijgt de patient hiermee een totaal overzicht van medische geschiedenis en situatie.
Instellingen kunnen decentraal in hun systemen de gegevens invoeren en bijhouden, maar moeten verplicht worden een afschrift naar het centraal, door de patient zelf controleerbare, systeem te sturen. Bij overgang naar een andere gezondheidsinstantie moet de patient via het systeem goedkeuring geven bepaalde gegevens te "downloaden".
De kostenbesparingen vanwege effeciëntie, kortere wachtlijsten, en dergelijke kunnen de kosten voor dit systeem eenvoudig dekken. Er zijn reeds voorbeeld op kleinere schaal beschikbaar, op basis waarvan de haalbaarheid en wenselijkheid van een dergelijk systeem eenvoudig bepaald kan worden.
Punt 2. Chipcard met medisch dossier
Iedereen krijgt een chip(card, of implantaat) met een volledig medisch dossier. De houder is zelf verantwoordelijk voor het actualiseren van de gegevens. De chipcard is optimaal beveiligd en de cliënt geeft altijd zelf toestemming.
Het dossier is uit te lezen door: tandarts, huisarts, ziekenhuis, apotheek en andere (para)medische instellingen.
Door dit dossier wordt het mogelijk om:
- een perfecte afstemming te krijgen tussen zorginstellingen onderling
- medicatieverloop (contra-indicatie's) kan beter worden bewaakt
- efficiënter werken voor alle gezondheidsinstellingen
- cliënt kan altijd zelf beschikken over zijn/haar gegevens
Punt 3. Community voor Verstandelijk Gehandicapten
Een onafhankelijke instantie dient subsidies voor websites in de zorg centraal te verstrekken zodat ook lange termijn doelen worden gehaald.
Nu worden vaak eenmalige subsidies verleend om een website op te tuigen. Dit is weggegooid geld. Door deze eenmalige subsidie stranden vele initieven weer na 1 jaar omdat onderhoud en beheer van een site geld kost waarin niet structureel is voorzien.
Punt 4. Portal categorale patientenorganisaties
Er komt een organisatie die, samen met de categorale patientenorganisaties, de (als zeer betrouwbaar bekend staande) info over categorale ziekte-informatie te ontsluiten, categorale organisaties te helpen en te begeleiden tot het verbeteren van hun informatie (professionaliseren) en vervolgens de info te onsluiten voor de eerstelijns gezondheidszorg.
Punt 5. Digitalisering Bevolkingsonderzoek Borstkanker
Digitalisering van het bevolkingsonderzoek borstkanker moet zo snel mogelijk worden gerealiseerd. Het College voor Zorgverzekeringen, dat dit bevolkingsonderzoek uit de AWBZ financiert, voorziet digitalisering nu voor 2009 - 2012, in plaats deze kans te grijpen als een doorbraakproject voor de ICT-integratie van de zorgsector als geheel.
In dit bevolkingsonderzoek worden jaarlijks 850.000 rontgenonderzoeken gedaan. Dit is ongeveer 50 Tb aan data! Als we een digitale snelweg voor de zorgsector aanleggen, hoeven we niet bang te zijn dat er geen data over getransporteerd zullen worden!
Punt 6. Innovatie opbrengsten weer investeren
De opbrengsten van innovatie moet ten goede komen aan de zorginstellingen. Nu vloeien de opbrengsten terug naar de algemene middelen. Dit bevordert het innovatieklimaat niet. Daarbovenop kan de overheid al dan niet tijdelijk financiële risico’s afdekken of zelf in ict in de zorg investeren.
Punt 7. Meer ondernemersgeest in de zorg
Een gezonde bedrijfsvoering is, net als in andere sectoren van de markt, cruciaal voor het leveren van een dienst op kwalitatief hoog niveau. Een goede bedrijfsvoering leidt tot een betere marktoriëntatie, minder ziekteverzuim en een hogere productiviteit.
Professionalisering van de bedrijfsvoering in de gezondheidszorg krijgt alleen een kans als de heersende cultuur in de zorg meer open staat voor ondernemersgeest. Ook de bedrijfsvoering in de gezondheidszorg zal moeten voldoen aan de eisen die voor organisaties buiten de zorg gelden
Om dit mogelijk te maken kan het management van gezondheidszorginstellingen niet langer worden gebonden door stringente budgettering en betuttelende regelgeving. Ook moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid personeel flexibel te belonen. De uitbreiding van de gezondheidszorg met een consumentendeel, zoals hierboven bepleit, leidt tot een meer effectieve verdeling van de beschikbare middelen. Tevens dient de overheid, meer dan nu het geval is, ruimte te maken voor private gezondheidszorginitiatieven. Niet in de laatste plaats omdat van deze initiatieven een stimulerende werking uitgaat naar de publieke zorgsector.
Punt 8. Meer productiegericht werken
Zorg moet worden gedreven door productiviteit. De sturing van de zorg is nu te veel gericht op budgettair beheer.
Net als in “gewone” sectoren van de markt moet in de zorg productiegericht worden gewerkt om te kunnen voldoen aan de stijgende vraag. Dit betekent dat het aantal verrichtingen in de gezondheidszorg omhoog moet door met dezelfde mensen meer zorg te leveren: bijvoorbeeld door het ziekteverzuim te verlagen, de uitstroom van goed gekwalificeerd personeel te verkleinen en differentiatie aan te brengen in de werkzaamheden en het daarbij passende personeel.
Met de huidige regelgeving en administratieve rompslomp gaat te veel tijd verloren aan administreren en registeren. De aandacht voor de patiënt komt hiermee in de verdrukking en het demotiveert medische professionals. Resultaatgericht werken motiveert en zal daarmee bijdragen aan een nieuw élan in de zorg.
Punt 9. Uitbreiding consumentenzorg
Om de levering van noodzakelijke zorg te kunnen verzekeren dient de publiek georganiseerde patiëntenzorg te worden uitgebreid met een privaat georganiseerde consumentenzorg. In de huidige situatie is het zorgvolume te beperkt om te kunnen voldoen aan de vraag naar noodzakelijke medische verrichtingen. Door de consumentenzorg op commerciële basis te organiseren komt binnen de publieke zorg capaciteit vrij voor patiëntenzorg. Voorbeelden van consumentenzorg zijn: esthetische plastische chirurgie, onderdelen van de oogheelkunde (laserchirurgie), sporttraumatologie (bijvoorbeeld van professionele sporters), jaarlijkse check ups, keuringen, second opinions en bedrijven poliklinieken. Het is overigens aan de overheid om deze keuzes te maken.
Deze uitbreiding van de gezondheidszorg heeft ook gevolgen voor de rol van de overheid. Binnen de patiëntenzorg dient de overheid de toegang tot noodzakelijke zorg te garanderen en de kwaliteit van de zorg te waarborgen. Waar optreden van de overheid noodzakelijk is, moet worden gezocht naar marktgerichte sturingsmechanismen: bijvoorbeeld prijsmechanismen en het bevorderen van transparantie. Een meer marktgerichte organisatie van de gezondheidszorg heeft voor de patiëntenzorg tot gevolg dat de vraag naar onnodige zorg wordt ingedamd.
Binnen de consumentenzorg is kwaliteitsbewaking de enige taak voor de overheid. Verder dient de overheid terug te treden en te zorgen voor een goed werkend systeem van vraag en aanbod. Consumentenzorg komt voor eigen rekening. Deze benadering leidt tot meer effectieve inzet van middelen, want waar geen markt is, is het bedrijfsleven niet bereid te investeren.